Vervolgverhaal - De brug naar het eiland (71)
‘En? Wat wilt u daarmee aantonen?’
Benjamin hield zijn gezicht in de gaten. ‘Ik heb net een brief van de schouwarts ontvangen waarin mijn vermoeden bevestigd wordt. Percival Norris is vergiftigd. In zijn lichaam zijn wijn en arsenicum gevonden.’
Adairs mond viel open. ‘Maar ze zeiden dat hij op zijn hoofd was geslagen.’
‘Dat was ook zo. Nadat hij vergiftigd was. Maar het vergif, en niet de slag, was de doodsoorzaak.’
Meneer Adair zonk langzaam neer op een stoel, alsof voor Bens ogen een ballon leegliep.
Interessant… dacht Benjamin en hij voegde eraan toe: ‘Hij heeft het vergif waarschijnlijk binnengekregen met de wijn – wijn die door juffrouw Wilder was gemaakt en hem door juffrouw Lawrence zelf werd overhandigd.’
Adair verstijfde. ‘Dat is absurd. Dat kunt u niet weten.’
‘Oude Marvin meldde dat hij het haar had zien doen.’
Adair schudde zijn hoofd. ‘Daar heeft Rose nooit iets over gezegd. Het lijkt me onzin.’
‘O, ja? Waarom?’
‘Omdat Rose Lawrence nooit willens en wetens iemand kwaad zou doen.’
‘En haar tante?’’
‘Ik kan niet spreken voor haar tante. Ik ken haar niet zo goed als ik Rose ken. Ik zou nooit iets onaangenaams zeggen over lieve tante Belle. Ik zou niet durven.’
‘Maar u zou wel iets onaangenaams over haar denken?’
‘Ach, kom op, man. U moet toegeven dat het allemaal nogal raar is, om niet te zeggen verdraaid onhandig als je enige nog levende familielid vastzit op zo’n afgelegen plek en niet bereid of in staat is voor belangrijke gebeurtenissen naar de stad te komen. Dat heeft meer dan één ruzie veroorzaakt tussen Rose en mij, dat mag u gerust weten. En begin niet over de ruzies over trouwplannen – daar heb ik geen goed woord voor over.’
‘Wilt u niet op Belle Island trouwen?’
‘Nee. Te ongerieflijk voor mijn vrienden en familie. Het stikt in Riverton niet bepaald van de chique logementen, wel?’
‘Nee, dat zal wel niet. Maar als het uw bruid gelukkig maakt…?’
‘Mijn bruid wel. Mijn moeder niet.’ Adair kreunde en streek met zijn hand over zijn gezicht.
Benjamin zette een vriendelijke stem op. ‘Ik heb geen echtgenote. Maar wel een moeder die ik graag plezier.’
‘Dan begrijpt u het. Geen idee hoe ik ze allebei moet plezieren.’
Voor de eerste keer voelde Benjamin een snippertje medelijden met de bevoorrechte jongeman. Niettemin vroeg hij: ‘Wat deed u ook alweer op de dag van meneer Norris’ dood?’
Adair snoof beledigd. ‘Zoals ik de politie heb verteld, ben ik de hele dag thuis geweest tot ik Rose en O’Toole na het feest naar huis heb gebracht.’
‘Bent u al die tijd bij juffrouw Lawrence geweest?’
‘Ja, zoals ik al zei, behalve een paar minuten toen we ons allebei kleedden voor het feest. Die rechercheur kan het navragen bij Rose, mijn ouders en mijn lijfknecht.'
Benjamin vermoedde dat Riley het verhaal van de jongeman al had gecheckt. Toch had hij duidelijk de indruk dat Adair loog.