Meditatie: Ziende op Jezus

“Ziende op Jezus, de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Die, voor de vreugde die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God.” (Hebreeën 12 vers 1 en 2)

Hebreeën 11 is het bekende hoofdstuk over de vele geloofsgetuigen uit het Oude Testament: Door het geloof, lezen we telkens. Mensen die een beter vaderland zochten én hebben gevonden!

Hoofdstuk 12 vers 1 grijpt daarop terug met het beeld van een stadion in de oudheid met renbaan en tribunes. Die oude geloofsgetuigen zijn de toeschouwers op de tribunes en vormen de wolk van getuigen. De mensen aan wie deze brief wordt geschreven, zijn de lopers in de loopbaan. Alles wat hen gedurende de wedren hindert, moeten ze afleggen. Dat betreft de zorgen en moeiten van het leven, maar vooral ook de zonde. Wie daarop ziet, kan onmogelijk vooruitkomen. Zeker, de zonde is een macht die ons kluistert. De zonde die in ons zit en ook na ontvangen genade zo op kan spelen en terneer kan drukken. Ik, ellendig mens, schrijft Paulus in Romeinen 7!

De oproep klinkt om niet daarop te zien, maar met lijdzaamheid, met volharding, de weg te lopen, zoals ook de oudtestamentische geloofsgetuigen al door het geloof gedaan hebben. Op de tribunes zitten ze niet als toeschouwers van een spannende wedstrijd, maar als voorbeelden die zeggen dat God trouw is en dat zij met Hem niet beschaamd uitkwamen.

Ziende op Jezus. Hij is de Overste Leidsman. Hij ging voor. Door lijden en moeiten heen ging de weg van gehoorzaamheid. Hij is de Voleinder van het geloof. Hij brengt tot voltooiing wat Hij begonnen is. Van Zijn volbrachte werk moeten en mogen wij het hebben.

Hoe kon Hij dat doen? “Die, voor de vreugde die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht.” Hij zag verder dan het lijden, verder dan de schande van de vervloekte kruisdood. Hij hield het oog op het grote doel van de hemelse vreugde van de verheerlijking van Zijn Vader en van de verlossing van zondaren. Zo kon Hij alles verdragen. En nu is Hij gezeten aan Gods rechterhand!

Ziende op Jezus. De loop is zwaar, uitputting dreigt. De inwonende zonde trekt naar beneden. Aan mijn kant alles te kort. Schuldig voor God. Wie daarop ziet, zou moeten bezwijken. Maar ziende op Jezus, het verwachten van Zijn volbrachte werk. Voor al mijn zonden volkomen betaald. En de vreugde straks: altijd bij Hem.

Ziende op Jezus. De Hebreeënschrijver spoorde zijn lezers er toen toe aan. Wij lezen nú zijn woorden en de vraag klemt: zien wij nog op de dingen van onszelf, of zien wij ook op Jezus?