Column: ‘Doe niet zo vreemd, Dries…!’
Wat is aandacht voor benadering bij dementie toch belangrijk! Ondanks dat ik best wat jaartjes meeloop in de zorg voor mensen met dementie, blijf ik leren. Het blijft mij boeien.
"Hoe komt het dat Dries bij jou zo goed gedijt?" vraagt de psycholoog aan mijn collega. We zitten voor de tweewekelijkse gedragsvisite bij elkaar. Ik zie haar even nadenken. "Het gaat erom dat je goed weet: 'Waar' zít iemand." Ik weet gelijk wat ze bedoelt. Dries roept nogal eens naar z’n moeder. "Mama", roept hij dan. "Mama." Maar de ene keer bedoelt hij daar z’n vrouw mee. En de volgende keer zijn biologische moeder. Dan zit hij dus in zijn kindertijd. Ze vertelt dat hij laatst met een kinderstemmetje riep: "Mama, ik wil echt niet naar school hoor. Ik voel me niet lekker." Mijn collega reageerde: "Ach Dries, geeft niet, joh. Dan blijf je lekker thuis. Je hoeft vandaag niet naar school. Blijf je heerlijk in bed liggen." Vervolgens draaide hij zich om en sliep een gat in de dag.
Dát is meebewegen met de bewoner, de situatie en zijn stemming.
Het is zo belangrijk dat een bewoner zich gezien voelt, maar ook begrepen. Ze had ook kunnen reageren: "Dries, doe niet zo vreemd. Je bent geen klein kind meer!" Hoe zou hij zich dan gevoeld hebben, na zo’n opmerking? Ik kan het me enigszins indenken.
"Komt zus nog?" vraagt hij op een ander moment. "Zus heeft vandaag andere afspraken en een hele drukke agenda." "Oh. Maar komt ze dan later op de dag?" "Geen idee Dries, maar je weet het hè: zodra ze tijd heeft, komt ze langs." Voor hem is dat genoeg. Bij andere bewoners werkt het juist om te zeggen dat ze morgen komen. Ook als dit in werkelijkheid niet zo is, geeft het wel rust. Doordat je meegaat in de beleving.
Dries zit voor het raam en kijkt stilletjes naar buiten. Mijn collega observeert hem en bedenkt waar hij nu zit in zijn beleving. Zit hij in de kindertijd, puberteit, werktijd, huwelijkstijd? Ze benoemt wat ze ziet buiten. "Mooi hè, die tuin rond Nieuw Rijsenburgh", zegt ze. "Aha", zegt Dries, "dus daar ben ik." Hij zit dus in het 'nu'. "Dat is toch dat grote gebouw?" vraagt hij. En mijn collega begint te vertellen. Over Nieuw Rijsenburgh, dat het bestaat uit vijf gebouwen. Dat hij hier een kamer heeft en een mooie tuin. En al keuvelend voelt Dries zich gezien en begrepen. Opnieuw. Hij heeft een gesprek op niveau.
Goud, zulke gesprekjes en zo’n benadering. Daar word je zelf toch ook blij van!