Meditatie: Zegen voor het nageslacht

Lezen: Jesaja 44:1-5    

Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge. (Jesaja 44:3)     

Onze dierbare kinderen hebben van nature de Geest van God niet, zoals je duidelijk kunt zien. Je ziet veel in hen dat je bang maakt voor hun toekomst en dit drijft je uit om met de Heere te worstelen in gebed. Als een zoon zich bijzonder onredelijk begint te gedragen, roep je met Abraham: ‘Och, dat Ismaël mocht leven voor uw aangezicht!’ (Gen. 17:18) Je zou liever zien dat je dochters Hanna’s zouden zijn dan keizerinnen. Dit vers zou je erg moeten bemoedigen. Het volgt op de woorden: ‘Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht’ (vers 2) en het kan je vrees volkomen uitbannen. De Heere zal Zijn Geest geven. Hij zal de Geest overvloedig geven door Hem uit te gieten. Hij zal met Hem ook resultaat geven, zodat het een werkelijke en eeuwige zegening zal zijn. Onder deze Goddelijke uitgieting zullen je kinderen van zich laten horen. De een zal zeggen ‘Ik ben des HEEREN’ en een ander ‘zal zich noemen met den naam van Jakob’ (vers 5). Dit is een van die beloften die laat zien waar de Heere om gevraagd wil worden. Moet je niet, op vastgestelde tijden, op verschillende manieren, bidden voor je nakomelingen? Je kunt hun geen nieuw hart geven, maar de Heilige Geest kan het wel. En Hij wil er om gebeden worden. De grote Vader luistert graag naar de gebeden van vaders en moeders. Zijn sommigen van je dierbaren buiten de ark? Rust niet, totdat zij met jou zijn binnengebracht door de hand van de Heere Zelf.         

Deze meditatie is ook gepubliceerd in Elke dag een belofte, Apeldoorn, 2006. ISBN: 97 894 62785 724.