
Wethouder Markwat over Omgevingsvisie Goeree-Overflakkee: “Een kompas richting 2050, geen bouwplan”
GOEREE-OVERFLAKKEE - De omgevingsvisie van de gemeente ligt er, maar wat heb je eraan als inwoner of ondernemer - nú en straks? Wethouder Daan Markwat noemt het “een kompas richting 2050”, dat vooral bedoeld is om scherpere keuzes te kunnen maken als de ruimte schaars is en belangen botsen.
Door Piet Verolme
Volgens Markwat is er een dubbele reden dat Goeree-Overflakkee deze visie nu vaststelt. Aan de ene kant is er de wettelijke plicht: vóór 2027 moet elke gemeente een omgevingsvisie hebben. Aan de andere kant loopt het eiland tegen zijn grenzen aan: woningbouw, landbouw, recreatie, natuur, energie en economie vechten om dezelfde ruimte. “Juist dan heb je een gezamenlijk langetermijnkompas nodig,” is zijn lijn in het gesprek: een beeld van waar je in 2050 wilt staan, zodat discussies over losse projecten niet alle kanten op schieten.
Geen bouwplan, wel koers
Een belangrijk deel van het interview gaat over wat de omgevingsvisie níet is. Markwat benadrukt keer op keer dat het document geen bestemmingsplan en ook geen pakket nieuwe bouwrechten is, maar een strategische koers: richtinggevend, zonder directe rechten of verboden voor de burger. Bestuur en raad binden zichzelf daarmee aan een bepaalde lijn; pas in het omgevingsplan, programma’s en concrete besluiten wordt het juridisch en tastbaar. Daarmee probeert hij ook een hardnekkig misverstand te corrigeren: "Er zijn met deze visie niet plotseling plekken “aangewezen” waar morgen gebouwd wordt, en er ontstaan ook geen automatische ontwikkelrechten."
Rol van raad en college
In de bestuurlijke verhoudingen is Markwat helder: de raad besluit, het college werkt uit. Van de raad vraagt zo’n strategisch document volgens hem vooral koersvastheid en het vermogen om het collectieve belang boven deelbelangen te zetten. "Via amendementen kunnen partijen accenten leggen, maar de grote lijn moet overeind blijven als langetermijnkompas. Het college heeft vervolgens de taak om die koers te vertalen naar uitvoering: omgevingsplan, beleid, programma’s en concrete projecten."
Draagvlak en verdeeldheid
In de gemeenteraad is de visie wel aangenomen, maar niet unaniem; de vraag is dan hoe sterk zo’n koersdocument nog is. Markwat erkent dat er spanning zit op een langetermijnvisie die niet “breed gedragen” wordt, maar wijst er tegelijk op dat ook kritische partijen vaak grote delen van de inhoud onderschrijven. Het debat gaat volgens hem meer over accenten en formuleringen dan over het nut van een omgevingsvisie als zodanig. Tegelijk legt hij de lat bij de politiek zelf: "Ook als niet iedereen zijn zin krijgt, blijft er de verantwoordelijkheid om met een vastgesteld kompas te werken en niet bij elk heet hangijzer opnieuw te beginnen."
Wat merk je er als eerste van?
Wie verwacht dat er morgen van alles verandert in het straatbeeld, komt bedrogen uit. De omgevingsvisie gaat vooral doorwerken bij nieuwe ontwikkelingen die nog niet in oude bestemmingsplannen of lopende trajecten zijn vastgelegd. Dan wordt de visie een toetssteen: past een plan binnen de afgesproken koers voor bijvoorbeeld woningbouw, landschap of recreatie, of botst het met de gekozen richting? Ook in gesprekken met provincie en rijk moet de visie helpen: als de raad een duidelijke koers heeft vastgesteld, kan de gemeente steviger onderbouwen wat er volgens het eiland nodig is.
Vroeger meedenken, bezwaar blijft
Een ander spoor waar inwoners iets van gaan merken, zit in de manier van werken onder de Omgevingswet. De wet stuurt aan op “voorafparticipatie”: eerder in gesprek met omgeving en belanghebbenden, zodat plannen nog kunnen worden bijgeschaafd voordat ze in beton gegoten zijn. Markwat ziet dat als kans om beter op te halen wat er leeft, al rekent hij niet op een wereld zonder bezwaar en beroep. Die juridische route blijft onderdeel van de democratische rechtsstaat – soms ook als middel om ontwikkelingen te vertragen – maar het streven is dat er onderweg minder verrassingen zijn.
Zondagsrust als voorbeeld, niet als hoofdonderwerp
In de politieke discussie rond de omgevingsvisie kwam onder meer de zondagsrust naar voren als fel bediscussieerd punt. Vanuit een puur ruimtelijk perspectief is dat volgens Markwat niet het meest vanzelfsprekende thema voor een omgevingsvisie, maar hij begrijpt dat partijen waarden expliciet willen benoemen. Voor hem illustreert die discussie vooral de spanning tussen traditie en ontwikkeling op Goeree-Overflakkee, en de vraag hoe je waarden verankert zonder elk detail te juridiseren. Het is daarmee één casus die laat zien hoe beladen de afweging tussen leefbaarheid, economie en identiteit kan zijn – maar het document als geheel wil hij breder neerzetten.
Wat moet blijven hangen?
Aan het eind van het gesprek vat Markwat zijn hoofdboodschap samen. Hij wil dat inwoners de omgevingsvisie zien als een langetermijnkompas richting 2050: "Het is een document dat richting geeft aan keuzes over ruimte, leefbaarheid en economie, maar niet het bouwplan is waarmee morgen de schop de grond in gaat."
Van visie naar uitvoering
Hoe vertaalt een 'kompas voor 2050' zich naar de praktijk? Dat gaat in stappen:
1. Omgevingsvisie: De koers (Waar willen we heen?).
2. Omgevingsprogramma’s: Uitwerking per thema (bijv. woningbouw of recreatie).
3. Omgevingsplan: De juridische regels (Wat mag precies op welke plek?).
4. Project: De uiteindelijke bouw of ontwikkeling. De Omgevingsvisie die er nu ligt, vormt de basis voor alle volgende stappen.