
Dialectjagers Arjen en Cora leggen streektaal vast voordat die verdwijnt
REGIO - ‘Lustere en kikke’. Ja, ook op Voorne-Putten zijn nog dialectsprekers. Hier en daar in de uit de kluiten gewassen groeigemeente Spijkenisse is het Spikkenis te horen. In Zuidland is het Slands nog altijd een redelijk gangbaar taaltje. En meer naar de kust, in Rockanje en Oostvoorne, klinkt het plaatselijke dialect ook nog wel. Het initiatief Eilanddialect is erop gericht om de streektaal vast te leggen. Sinds kort niet alleen op Voorne-Putten, maar ook op Goeree-Overflakkee.
Door Kees van Rixoort
Die uitbreiding over het Haringvliet heen heeft te maken met de samenvoeging van de streekarchieven van Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee en de vorming van het Regionaal Historisch Centrum Voorne-Putten Goeree-Overflakkee. De eerste resultaten zijn al te vinden op de website van Eilanddialect. Het gaat om voordrachten van Pau Heerschap, uiteraard in Ouddorps dialect, over bijvoorbeeld het vangen van kevers en ander ongedierte (‘Bonte Keeze’), de vakantieperiode thuis op Goeree (‘Op d’n Bliek’) en de begintijd van de televisie (‘Tante Hannie’). Ook zijn er dialectvideo’s met Bertrand van den Boogert als interviewer en een verhaal van Platenaar Bas de Vos.
Klank bewaren
Eilanddialect begon twee jaar geleden na een bijeenkomst in Museum Mak, een voormalige groentewinkel aan de Voorstraat in Spijkenisse. Het was de jaarlijks terugkerende bijeenkomst met een voordracht van Leen Kok in het Spikkenis. Prachtig, dachten Arjen Tevel en Cora van der Linden, beiden lid van het Cultureel Erfgoed Platform Nissewaard, dit zou je moeten opnemen en vastleggen voor komende generaties. Zelf omschrijven ze het als: “De klank van het dialect bewaren.”
Ze gingen zelf met het idee aan de slag. Een subsidie van de gemeente Nissewaard konden ze besteden aan apparatuur en software. Arjen en Cora spoorden dialectsprekers op, vroegen of ze langs mochten komen met de spreekwoordelijke bandrecorder en brachten, als het antwoord ja was, een bezoek aan huis. De opbrengst: ongeveer honderd opgenomen verhalen in dialect om naar te luisteren.
Dialectvideo’s
Maar, vinden Arjen en Cora, het moet naast ‘lustere’ ook om ‘kikke’ gaan. “Alleen luisteren is minder leuk dan luisteren en kijken. Daarom voegen we bijvoorbeeld historische foto’s, landkaarten en gebruiksvoorwerpen toe.” Zo ontstaan de dialectvideo’s: een relevant verhaal in dialect met beelden die het verhaal ondersteunen.
Daarnaast staan er gedigitaliseerde dialectopnamen uit het archief op de website van Eilanddialect. Die stonden veelal op geluidscassettes of cd’s. Tot de verhalenvoorraad behoort ook een enkele uitzending van Radio Rijnmond. Via links naar het Meertensinstituut zijn opnames te horen van interviews uit de jaren zestig en zeventig.
Werkgebied uitgebreid
“We zijn begonnen in Spijkenisse en Hekelingen. Algauw kwamen we in contact met museum De Duinhuisjes in Rockanje en ook in Zuidland reageerde men enthousiast”, vertellen Arjen en Cora, die zichzelf jagers op dialect noemen. “Zo zijn we al bij heel wat oudere mensen thuis geweest. Nu is ons werkgebied uitgebreid naar Goeree-Overflakkee.”
Dat Cora bij Zuidwester gewerkt heeft, maakt de zoektocht naar Flakkeese dialectsprekers gemakkelijker. Via een oud-collega in Stellendam kwam het duo op het spoor van een Goerees sprekende visser. En sowieso bleek dialectkenner Pau Heerschap snel bereid om zijn medewerking aan Eilanddialect te verlenen. Ook zijn er contacten met het Streekmuseum Goeree-Overflakkee en Trots op Flakkee (zie kader).
Eilanddialect is sinds juni vorig jaar ondergebracht bij het Streekarchief Voorne-Putten. “We wilden ons initiatief borgen bij een instelling.” De website c.q. mediatheek van Eilanddialect is nu eigendom van het Regionaal Historisch Centrum Voorne-Putten Goeree-Overflakkee, dat per 1 januari 2026 is ontstaan.
Identiteit
Arjen en Cora, zelf overigens geen dialectsprekers, vertellen dat er een boek in de maak is over de streektaal, de streekkleding en het dagelijks leven op het grotendeels agrarische Voorne-Putten van eind negentiende, begin twintigste eeuw. De publicatie zal verschijnen in de tweede helft van 2027. Wie niet zo lang kan wachten, zou op 19 april in Museum Groentewinkel Mak een bijeenkomst met dialectvoordrachten kunnen bijwonen. Dit onder de noemer ‘Lustere en Kikke’.
Eilanddialect groeit en krijgt steeds meer vorm. Arjen en Cora kijken er met genoegen naar. Voor hen telt maar één ding: “Cultureel erfgoed bewaren, oral history in dit geval, voordat het verdwijnt. Gaat het dialect verloren, dan verlies je een deel van de identiteit van je eiland en je gemeenschap.”
Zie www.eilanddialect.nl voor meer informatie en voor alle dialectvideo’s. Dialectsprekers die hun verhaal willen laten vastleggen, kunnen zich via deze website melden.
‘Wat zei joe noe?’
Op Goeree-Overflakkee staat een dialectproject in de steigers dat ‘Wat zei joe noe?’ heet. Het is een initiatief van Trots Op Flakkee (TOF) en het Streekmuseum Goeree-Overflakkee. Beide zien het dialect als erfgoed en willen voorkomen dat de eilandelijke streektaal verloren gaat.
‘Wat zei joe noe?’ bevat verschillende programmathema’s. Zo is er het thema ‘Educatief’ dat gericht is op het weer levendig maken van het dialect onder de jeugd, en wel op een speelse manier en met de middelen van deze tijd.
Via het thema ‘Op ’t durp’ willen de initiatiefnemers het dialect tonen in het straatbeeld. Bijvoorbeeld door street-art op blinde muren, spreuken en gezegdes op plaatsen die een maatschappelijke betekenis hebben.
Het thema ‘Etymologisch’ zoomt in op de uitspraak en schrijfwijze van het dialect. Dit om te voorkomen dat de kennis hierover verdwijnt. De gedachte is om een serie video’s te maken en bijvoorbeeld challenges via sociale media te organiseren. AI (kunstmatige intelligentie) kan behulpzaam zijn om de uitspraak te waarborgen.
Met name bij ‘Etymologisch’ is er een link met Eilanddialect, dat sinds kort ook op Goeree-Overflakkee actief is. TOF en het Streekmuseum denken dat ‘Wat zei joe noe?’ en Eilanddialect elkaar mooi kunnen aanvullen vanuit hetzelfde belang: het dialect behouden voor de toekomst.