Meditatie: Gij zult Mijn getuigen zijn
Lezen: Handelingen 22:1-21
Want gij zult Hem getuige zijn bij alle mensen, van hetgeen gij gezien en gehoord hebt. (Handelingen 22:15)
Paulus was uitverkoren om de Heere te zien en Hem tot zich te horen spreken vanuit de hemel. Deze Goddelijke uitverkiezing was een groot voorrecht voor hem. Het was niet de bedoeling dat het bij hem zou eindigen, maar dat het invloed op anderen zou hebben, ja, op alle mensen. Het is aan Paulus te danken dat Europa nu het Evangelie kent. Je moet, voor zover het voor jou mogelijk is, getuige zijn van wat de Heere aan je geopenbaard heeft. Het is ook jouw verantwoording dat deze kostbare openbaring verspreid wordt. Natuurlijk moet je eerst iets zien en horen. Anders heb je niets te vertellen. Maar als je dat hebt gedaan, moet je in vuur en vlam staan om dit getuigenis uit te dragen. Het moet persoonlijk zijn: ‘Gij zult zijn.’ Het moet voor Christus zijn: ‘Gij zult Hem getuige zijn.’ Het moet blijvend zijn en je helemaal in beslag nemen. Dit getuigenis moet de voorrang hebben boven alle andere dingen en veel andere dingen uitsluiten. Je getuigenis moet zich niet slechts richten tot een paar uitgekozen mensen die je met vreugde zullen ontvangen. Maar tot 'alle mensen': tot allen die je kunt bereiken, jong of oud, rijk of arm, goed of slecht. Je moet nooit zwijgen zoals zij die niet kunnen spreken. Want de tekst die je voor je hebt, is een gebod en een belofte. Je moet die niet ontlopen: ‘Gij zult Hem een getuige zijn.’ ‘Gijlieden zijt Mijn getuigen, spreekt de Heere’ (Jes. 43:10). Heere, vervul dit woord ook aan mij!
Deze meditatie is ook gepubliceerd in Elke dag een belofte, Apeldoorn, 2006. ISBN: 97 894 62785 724.