(Foto: Shutterstock)
(Foto: Shutterstock)

Commentaar: Precedent

Het was voor de oplettende lezer een opvallend bericht, vorige week. Het college gaat schriftelijke vragen van raadslid Ellen Nijssen over de personeelsformatie niet beantwoorden. De reden: het kost te veel tijd en het zou te weinig opleveren. Dat klinkt misschien praktisch, zelfs begrijpelijk. Maar als de gemeenteraad dit accepteert, zet zij de deur open naar een bestuurspraktijk die slecht past bij de rolverdeling in een democratische gemeente. Het schept een ongewenst precedent.

Door Gert Klok

Laten we eerst eerlijk zijn: je kunt kritisch zijn op de vragen. Je kunt ze te gedetailleerd vinden, te breed, of vooral: te belastend voor een ambtelijke organisatie die al onder druk staat. Je kunt denken dat het slimmer was geweest om het onderwerp anders te agenderen. Je kunt zelfs het gevoel hebben dat de toon of diepgang van zulke vragen wantrouwen uitstraalt richting het bestuur. Dat debat mag gevoerd worden. Maar het raakt niet de kern.

De kern is dat de gemeenteraad alleen kan controleren als het college informatie levert. Schriftelijke vragen zijn daarbij een heel gebruikelijk instrument. Niet omdat elk raadslid altijd gelijk heeft, maar omdat raadsleden moeten kunnen toetsen wat er gebeurt, waarom keuzes worden gemaakt en welke gevolgen die hebben. Dat is geen hobby; dat is de controlerende taak van de raad.

Capaciteit

Juist daarom is "we gaan deze vragen niet beantwoorden" bestuurlijk gezien een stap te ver. Het uitgangspunt hoort te zijn dat het college antwoord geeft. Natuurlijk bestaan er uitzonderingen: privacy, vertrouwelijke informatie, lopende juridische procedures, of veiligheid. In zulke gevallen kan het college uitleggen wat er niet gedeeld kan worden en waarom, en vervolgens alsnog zoveel mogelijk informatie wél geven, bijvoorbeeld geanonimiseerd of op hoofdlijnen. Ook kan capaciteit een probleem zijn, zoals nu het geval is. Maar capaciteit is een reden voor een route, niet voor een weigering.

Er zit ook een procedurele kant aan. In het Reglement van Orde staat dat schriftelijke vragen binnen dertig dagen beantwoord moeten worden. Lukt dat niet, dan vraagt het college uitstel en wordt gemotiveerd waarom dat nodig is. Die systematiek is er niet voor niets. Ze erkent dat ambtelijke inzet eindig is, maar ze beschermt ook de positie van de raad. Een weigering past niet in dat systeem, omdat het de rolverdeling omdraait: het college gaat dan zelf bepalen welke vragen "de moeite waard" zijn.

Prioriteit

Natuurlijk is het mogelijk dat een raadslid de organisatie overvraagt. Dat gebeurt soms ook bij andere informatieverzoeken: hoe groter de vraag, hoe zwaarder de belasting. Maar juist dan is de oplossing niet: dichtklappen. Dan hoort het college professioneel te sturen. Bijvoorbeeld door duidelijk te maken hoeveel werk ermee gemoeid is, welke vragen prioriteit verdienen, wat gefaseerd kan, en welke informatie überhaupt beschikbaar is. Of door een alternatief aan te bieden: een technische sessie, een debat, een overzichtsnotitie met kerncijfers, of een planning waarin de antwoorden in stappen volgen.

Daarmee komt de bal weer te liggen waar hij hoort, namelijk bij de vragensteller. Als het college zegt: dit kost ons X uur en raakt meerdere afdelingen, wij vragen om uitstel en vragen u te prioriteren, dan moet het raadslid kiezen: doorzetten, versmallen, of accepteren dat het langer duurt. Dan is er nog steeds controle, maar wel met realisme.

Even leek het alsof die route werd gekozen: er kwam een toelichting dat beantwoording een enorme opgave zou zijn. Het logische vervolg was dan geweest: we vragen extra tijd, we doen een voorstel voor stapsgewijze beantwoording, en we vragen om heroverweging van de omvang. In plaats daarvan volgt een weigering. Daarmee geeft het college een signaal af dat het liever niet zou moeten geven: als het ons niet uitkomt, beantwoorden we de raad niet.

Het begint klein

Precies dát is het precedent. Vandaag gaat het om dit raadslid en dit onderwerp. Morgen kan het gaan om een ander raadslid, een ander dossier en een andere politieke kleur. Als de raad dit laat passeren, maakt zij haar eigen instrumenten afhankelijk van de bereidheid van het college. En democratische controle is juist bedoeld om ook ongemakkelijke vragen te kunnen stellen. Zeker als het veel werk is.

Overdreven? Misschien klinkt het groot, maar het is goed om te beseffen dat een uitslaande brand zelden 'groot’ begint, maar heel vaak met een vonkje of een klein vlammetje. Ook bestuurlijke verschuivingen beginnen zelden met één grote klap. Vaak begint het met een klein moment waarop een grens net iets opschuift. En als je dat normaal laat worden, is later terugduwen een stuk lastiger.