Vervolgverhaal - De brug naar het eiland (67)
Mijn vader was maar tuinman voor de verheven familie Wilder. Een kans om te reizen. Iets van de wereld te zien en je erin op te werken. En dat heb ik gedaan.’
Hij keek haar van opzij aan. ‘Het verbaasde me wel te horen dat je niet getrouwd was.’
Isabelle schudde haar hoofd.
Hij keek haar onderzoekend aan en voegde er droogjes aan toe: ‘Je hoeft niet bang te zijn. Ik heb geen zin om oude gevoelens nieuw leven in te blazen. Ik was nog maar een groen, dom jongetje en jij het enige meisje van mijn leeftijd op het eiland. Het was niet meer dan natuurlijk dat ik me verbeeldde verliefd op je te zijn. Het was natuurlijk een illusie. Ik was er net zo snel overheen als jij.’
Gekwetst likte Isabelle haar droge lippen. Wat moest ze zeggen?
‘Ik… ik ben opgelucht dat je er levend en wel bent. We hebben ons ongerust over je gemaakt toen je niet terugkwam na de oorlog.’
‘O, ja?’
‘Ja.’
Hij hield haar blik een moment vast en keek toen van haar weg. ‘Nou, dat kan ik andersom niet zeggen. Ik kwam vanavond alleen maar hier omdat ik de lichten zag en de muziek hoorde. Pure nieuwsgierigheid. Die juffrouw Medina van je is een juweel.’
Er klonk iets breekbaars door in zijn stem. Wilde hij haar doelbewust pijn doen of verhulde hij zijn eigen pijn?
‘Jij was het vandaag op de weg, nietwaar? Bedankt voor het redden van mijn hondje.’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Het was niets.’ Hij haalde diep adem en zei: ‘Nou, ik moest maar weer eens terug naar mijn vader. Ik was van plan een paar dagen bij hem te blijven. Tenminste, als de meesteres van het eiland geen bezwaar heeft.’
‘Natuurlijk niet. Je bent welkom.’
‘O, ja? Wat aardig. Weet je zeker dat meneer Norris niet uit de schaduwen tevoorschijn zal springen om me weer de laan uit te sturen?’
Ze schudde haar hoofd. ‘Dat kan niet. Hij is dood.’
Evan werd ernstig. ‘Wanneer?’
Ze vertelde hem wat ze wist.
‘Verdraaid.’ Hij wreef met zijn hand over zijn gezicht en mompelde: ‘Daar was ik al bang voor.’
Ze keek hem verrast aan. ‘Wat bedoel je?’
‘Laat maar. Goedenacht, Isabelle Wilder, en vaarwel. Voor de tweede keer.’
10
De volgende morgen zat Benjamin met een kop koffie in de ontbijtkamer. Het eenvoudige buffet van fruit, kaas en brood was de avond tevoren klaargezet, zodat de huishoudster en de meeste bedienden konden uitslapen nadat ze zo hard gewerkt hadden voor het feest.
Jacob de huisknecht bracht een verse pot koffie en smoorde een geeuw.
Benjamin vroeg: ‘Ben jij de enige die vanochtend op is?'
‘Ja, meneer. Maar dat geeft niet. Ik heb vanmiddag vrij en ik ben van plan een lekkere, lange dut te doen.' Hij grijnsde en verliet de kamer.
Benjamin begreep dat de wevers vanochtend ook vrij hadden gekregen.