Ethiek: De eigen kring
Onlangs bestond de Pieter Zandt scholengemeenschap veertig jaar. Ter gelegenheid daarvan werd een avond georganiseerd waarop oud-leerlingen elkaar konden ontmoeten en herinneringen konden ophalen. Ook in de krant werd aandacht besteed aan dit jubileum. Eén zinnetje bleef bij mij hangen: “Oud-klasgenoten blikken terug op een goede schooltijd, maar wel eentje in een bubbel.” Dat woord - bubbel - vraagt om enige bezinning. Het reformatorisch onderwijs vormt immers een belangrijk onderdeel van wat wel de reformatorische zuil wordt genoemd. Er is een netwerk van scholen en instellingen, ontstaan vanuit diepe overtuiging en met een duidelijke identiteit. Wat moeten we denken van de gedachte dat dit alles zich in een bubbel afspeelt?
Allereerst mogen we met dankbaarheid spreken over het bestaan van onze eigen scholen. Nergens ter wereld worden scholen in zo ruime mate door de overheid bekostigd en tegelijk vrijgelaten in de inrichting van het onderwijs als in Nederland. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Aan deze vrijheid is een lange en intensieve worsteling voorafgegaan, de bekende schoolstrijd. Onze scholen zijn verworvenheden die met offers zijn verkregen en daarom gekoesterd moeten worden. Laten we die geschiedenis niet vergeten. Tegelijk is het duidelijk dat er over dit onderwijs zeer verschillend wordt geoordeeld. Met name in liberaal en seculier Nederland bestaat grote weerstand tegen scholen met een uitgesproken religieuze identiteit. Het recht op bijzonder onderwijs staat steeds vaker ter discussie. Recente mediaberichten hebben reformatorische scholen in een eenzijdig en negatief licht geplaatst. Begrippen als uitsluiting en discriminatie vallen daarbij snel. Dat maakt onze scholen tot een bedreigd bezit en een mikpunt van, soms zeer onheuse, kritiek. Juist daarom past ons voorzichtigheid in onderlinge kritiek en eensgezindheid in de verdediging van dit onderwijs. De politieke en maatschappelijke wind is guur en heeft er weinig moeite mee het recht op eigen onderwijs uit te hollen, met name waar het gaat om toelatings- en benoemingsbeleid.
Maar steun aan onze scholen vraagt meer dan alleen verdediging tegen aanvallen van buitenaf. Er is ook reden tot bezinning op wat van binnenuit gebeurt. Verwatering ligt altijd op de loer. Er zijn ontwikkelingen die zorgelijk stemmen. Zo staat de Bijbelse boodschap van de schepping steeds minder vanzelfsprekend centraal. Opvattingen over gender en seksualiteit die haaks staan op de Schrift krijgen invloed, ook in onderwijscontexten. De Bijbel spreekt helder over Gods scheppingsorde: man en vrouw schiep Hij hen. Wie die orde loslaat, doet dat nooit zonder schade. Er is daarom veel wat bewaakt en doorgegeven moet worden. Juist daarom is het van grote waarde dat er scholen zijn waar de Bijbel het laatste woord heeft en waar de gereformeerde belijdenisgeschriften niet worden vergeten of gemarginaliseerd. Onderwijs is nooit neutraal. Het vormt jonge mensen, niet alleen intellectueel, maar ook moreel en geestelijk. Dat vraagt om duidelijkheid, overtuiging en trouw. Laten we hopen en bidden dat er ook in de toekomst ruimte blijft voor dit onderwijs.
Dan nog de gedachte van de ‘bubbel’. Natuurlijk heeft een eigen school een eigen karakter. Dat kan niet anders. Maar wat zou daar principieel mis mee zijn? Het is heel normaal dat mensen die dezelfde overtuigingen delen, afspraken maken en daar ook naar leven. Iedere gemeenschap kent haar eigen normen en waarden. Waarom zou het vreemd zijn om bewust een eigen leefwereld te creëren waarin jongeren worden gevormd? Dat mag inderdaad nooit ontaarden in een dwangbuis of in wereldvreemdheid. Volkomen afsluiting is niet gezond en ook niet Bijbels. Christenen leven immers in deze wereld, al zijn zij niet van deze wereld. Maar de indruk dat onze scholen jongeren massaal vervreemden van de samenleving herken ik niet. Integendeel, zij worden toegerust om met kennis, overtuiging en verantwoordelijkheid hun plaats in de maatschappij in te nemen.
Laten we daarom onze eigen scholen koesteren. Jongeren die gevormd moeten worden, hebben dat nodig. Het gaat niet om een nostalgisch vasthouden aan het verleden, maar om het doorgeven van wat van blijvende waarde is. Dat is geen luxe, maar van levensbelang.