
Stad aan ’t Haringvliet zet volgende stap richting aardgasvrij
AlgemeenSTAD AAN ’T HARINGVLIET - Zo’n vijftig inwoners kwamen vorige week samen in het Trefpunt voor een belangrijke stap in het project Stad Aardgasvrij. Tijdens een informatiebijeenkomst werd een vernieuwd plan gepresenteerd, dat inzet op een hybride systeem met waterstof, buizenopslag en innovatieve cv-ketels.
Na een openingswoord van Tafelaar Stella Braber en burgemeester Ada Grootenboer-Dubbelman, nam kwartiermaker Bert den Ouden het woord. Hij gaf uitleg over de plannen, waarin vooral de innovatieve multi-fuel ketel opviel. Deze cv-ketel, die nog in ontwikkeling is, kan schakelen tussen aardgas en waterstof. Daarmee is het systeem voorbereid op de toekomst, terwijl het ook direct inzetbaar is op aardgas. “Zo blijft iedereen warm, onder alle omstandigheden”, aldus Den Ouden.
Een ander belangrijk onderdeel van het plan is de opslag van waterstof in buizen. Op Goeree-Overflakkee wordt meer duurzame stroom opgewekt dan verbruikt. Die stroom kan via een kleine elektrolyser worden omgezet in waterstof, die vervolgens lokaal opgeslagen wordt. “Met deze opslag kan Stad onafhankelijk en betaalbaar verwarmd worden”, legde kwartiermaker Den Ouden uit.
Hybride aanpak verlaagt kosten
Naast de waterstofketel wordt ook een hybride warmtepomp onderdeel van het systeem. Deze zorgt ervoor dat er minder waterstof nodig is, wat de kosten van opslag en productie verlaagt. De hybride pomp is niet verplicht, maar levert volgens berekeningen financieel voordeel op, zelfs in woningen die minder goed geïsoleerd zijn. Aanpassingen in huis blijven beperkt, en het energielabel verbetert.
Burgemeester Grootenboer sprak haar waardering uit voor de groep inwoners, de zogenoemde Tafelaars, die al jaren bij het project betrokken zijn. “Zonder jullie was dit project nooit gekomen waar het nu staat. Het is een puzzel met stukjes die soms nog uitgevonden moeten worden. Maar dat hoort bij verkennen en vernieuwen.”
Volgende stap: subsidie aanvragen
Om het plan uit te voeren, is subsidie nodig van onder andere het Rijk. De gemeente voert hierover gesprekken met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken. Beide ministeries spreken hun waardering uit voor het plan, maar vragen wel om meer duidelijkheid over de verdeling van verantwoordelijkheden, cofinanciering en risicobeheersing. De projectgroep krijgt hiervoor zes maanden de tijd.
Kwartiermaker Den Ouden en zijn team gaan in die periode verder aan de slag om het plan te verfijnen.