
Den Bommel herdenkt slachtoffers Watersnoodramp
DEN BOMMEL - In de hervormde kerk van Den Bommel is de Watersnoodramp gisteravond op een waardige en indrukwekkende wijze herdacht. De herdenking was online en via de kerkradio te volgen. Al eerder op de dag was er een stille herdenking op de oude begraafplaats en bij het herdenkingspaneel op de Molendijk, waarbij afgevaardigden van de dorpsraden van Den Bommel en Zuidzijde aanwezig waren. Wethouder Berend Jan Bruggeman legde op die plaatsen een krans namens de gemeente Goeree-Overflakkee.
Door Klazina de Bakker
De herdenking wordt geopend door dhr. M. Bakelaar, lid van de dorpsraad van Den Bommel. Hij leest het weerbericht van 31 januari 1953 voor, gevolgd door het bericht van de stormvloed waarschuwingsdienst. Bakelaar benoemt hoe Den Bommel in twee delen werd verdeeld door het ontstane stroomgat. “Die plek wordt sinds kort gemarkeerd door een nieuw watersnoodmonument in de vorm van een basaltzuil aan het Nieuwe Havenplein.” Dominee De Borst, predikant van de hervormde gemeente Den Bommel, gaat daarna voor in gebed. Tijdens de herdenking klinkt er regelmatig orgelspel. Organist René Hokke vertolkt enkele psalmen en liederen, die spreken over de storm en de zee, maar ook over Gods almacht. Wethouder Bruggeman benoemt in zijn toespraak de nietsontziende kracht van het water. “De Ramp zorgde bij velen voor trauma. De mentale schade blijft. Nog steeds zijn er mensen die er niet over kunnen praten, die niet kunnen slapen als het stormt en die veel verdriet meedragen.” Hij waardeert het respect en de belangstelling die er onder kinderen en jongeren is voor de herdenking van de Watersnoodramp en noemt met name de jeugdbrandweer, die er deze keer vanwege de coronamaatregelen niet bij kan zijn. “We missen veel, maar we vergeten niet.” De wethouder bedankt de organisatie voor alle inzet.
Dhr. J. Zuijdijk vertelt een persoonlijk verhaal over ‘de twee Wimmen’, twee van zijn ooms, die ervoor zorgden dat het gezin Zuijdijk op tijd vluchtte voor het water, en met de auto van zijn opa veilig Zuidzijde bereikte. De plakboeken met foto’s, die zijn vader maakte na de Watersnoodramp, onderstrepen zijn aangrijpende woorden. Zelf was hij toen nog maar vijf jaar. “Ons huisje stond onderaan de Molendijk. We waren misschien nog maar tien minuten weg, toen het water kwam. Er bleef alleen een ruïne over. Mijn buurmeisje, met wie ik vaak speelde, is verdronken. Ze zou de volgende dag voor het eerst naar de zondagschool gaan, had ze diezelfde dag nog trots tegen mijn vader verteld. Soms vraag ik me af waarom wij wel konden ontsnappen en zij niet. Daar zullen we wel nooit antwoord op krijgen.”
Tijdens een plechtig moment worden de namen van de twaalf slachtoffers genoemd, waarna er twee minuten stilte worden gehouden.
Ds. de Borst leest psalm 95 en spreekt over vers 5a: ‘Van Hem is ook de zee, want Hij heeft haar gemaakt.’ Hij schetst een aantal vragen die de Ramp kan oproepen: is God er wel en waarom laat Hij dit toe? Vanuit de tekst wordt duidelijk dat alles van God is, ook de zee en de storm. Hij regeert en heeft alles in de hand. Hij heeft het goede met ons voor, wat tot uitdrukking komt in de komst van Zijn Zoon Jezus Christus, om ons te redden van de ondergang. Aansluitend spreekt ds. de Borst een dankgebed uit. Dhr. Bakelaar dankt de aanwezigen, de kijkers en de luisteraars voor de betrokkenheid. Na de herdenking in de kerk wordt bij het Watersnoodmonument de taptoe geblazen en worden er bloemen gelegd.