Blokjesvisite
In 2020 zijn we overspoeld met nieuwe woorden die verband houden met COVID-19, zoals raamvisite, afhaalfile, kuchscherm, zeepzuil, prettester, hoestschaamte, coronakapsel, lockdownfeestje, coronakilo en anderhalvemetersamenleving. Aan deze neologismen schijnt geen eind te komen en sommige zullen wellicht een blijvertje zijn en in de Dikke van Dale opgenomen worden.
Onze (klein)kinderen ontvingen we met sinterklaas in twee shifts, geknuffeld wordt er niet meer en ik sta onhandig te ‘ellebogen’ en manoeuvreer onbeholpen met mondkapjes met te strakke elastieken waardoor mijn oren flappen en nies in mijn arm, waardoor mijn trui ook niet fraaier wordt.
Mijn optimisme neemt de laatste tijd af en ik maak me soms, ook in mijn dromen, zorgen. Door het constant afstand houden, wat onder meer resulteert in onhandig ‘coronaklevers’ ontwijkende bewegingen en het elkaar vaak onverstaanbaar toemompelen overvalt een gevoel van eenzaamheid je. Veel mensen krijgen ‘huidhonger’. Ik vind het een verschrikkelijk woord, met een wat kannibalistische ondertoon, maar je zal er maar last van hebben.
Zijn we met kerst altijd met de hele familie bij elkaar, nu mogen we niet meer dan drie mensen ontvangen. Dat wordt dus ‘blokjesvisite’. Daar is, realiseer ik me, al eerder sprake van geweest. Tweeduizend jaar geleden. Toen kwamen er eerst herders en daarna drie wijzen. Hopelijk gloort er nu ook licht.