Afbeelding

INGEZONDEN: Noodkreet uit het Streekmuseum

Zeer recent kreeg ik als donateur van het Streekmuseum Goeree-Overflakkee een mail, waarin een dringende oproep werd gedaan om het Streekmuseum “de winter door te helpen”. Ik moest het even op mij laten inwerken wat het gevolg zou zijn van het eventueel ‘niet de winter door kunnen komen’. De zou betekenen dat het aloude Streekmuseum de deuren zou moeten sluiten, althans voor een bepaalde (corona)tijd, en misschien wel voor altijd. Toen ik dat goed besefte, raakte mij dat behoorlijk, ergens diep vanbinnen.

Dit zou betekenen dat de jarenlang opgebouwde en samengestelde collectie ‘oudheden’ – oudheden van ons voorgeslacht – ineens nutteloos zou zijn geworden. We zouden die ‘oudheden’ niet meer kunnen aanschouwen, niet meer kunnen bewonderen, er onze verbazing niet meer over kunnen uitspreken en er ook geen respect meer voor kunnen opbrengen – zo van “dat hebben ze dan toch maar gefikst met die middelen van toen”.

Zouden we dat missen? Ja, ik ben er stellig van overtuigd dat wij het heel erg zouden gaan missen! Niet dat we misschien veel naar het museum gingen, maar we kwamen er toch op geregelde tijden. Misschien kwamen we er met vrienden of familie van elders, die het eiland niet zo goed of helemaal niet kenden. En dan was het altijd leuk om met hen een bezoekje te brengen aan het intieme en charmante museum in die prachtige, historische trapgeveltjes in Sommelsdijk.

Even terzijde, het Streekmuseum is gehuisvest op – voor mij – een van de mooiste plekjes vergeleken met de locatie van veel andere kleinere musea in ons land. Ik heb er veel bezocht, maar het Streekmuseum van Goeree-Overflakkee is gehuisvest in een prachtig rijtje zeventiende-eeuwse pandjes, met hun rug tegen de oude middeleeuwse koormuur van de Sommelsdijkse kerk.

Als we dan met familie of vrienden een uurtje door het museum dwaalden, vertelden we met trots hoe onze voorouders leefden, werkten, beulden, vierden en genoten. We konden dat dan aanwijzen, omdat de daarvan getuigende voorwerpen stonden tentoongesteld – grote, kleine, eenvoudige, maar ook sierlijke spullen. Ook pakkende beelden – met behulp van knappe technologie – lieten gebeurtenissen zien van nog niet zo héél lang geleden, zoals de dramatische Watersnood van 1953; gebeurtenissen die je meenamen in hun eigen verhaal. En dan die klederdracht met de keuvels en al die waardige sieraden, die een zodanige grote overeenkomst vertoonde met de oude dracht van Schouwen-Duiveland en Voorne-Putten, dat gesproken wordt van een streekdracht.

Dit alles zou er niet meer zijn… Al die dingen van voorheen die gezamenlijk onze identiteit, onze ‘roots’ uitbeelden. De streek waar ze dié dingen hadden, droegen, gebruikten – daar kom ik en u vandaan, of daar wonen wij (oud zowel als jong) nog.

Naast deze wellicht in veler ogen wat nostalgische invalshoek speelt het Streekmuseum zeker ook een meer zakelijke rol binnen de eilandelijke economie – om precies te zijn: een rol in de belangrijker wordende toeristenindustrie. Bij mooi weer zullen de toeristen voor het merendeel aan zee of aan de oevers van de Grevelingen of Het Haringvliet vertoeven. Maar bij minder goed weer vervult het Streekmuseum een rol in het aanbod van zogeheten ‘slecht weer’-accommodaties. Mensen zoeken in dat geval immers iets om van binnen te gaan bekijken. Ook als tussenstop tijdens een fietstocht door de Flakkeese polders is het Streekmuseum bij uitstek een mooie ‘aanlegplaats’. En gelukkig zijn er telkens weer toeristen die nieuwsgierig zijn naar de geschiedenis van het gebied waar ze op dat moment vertoeven. Je wilt je wat ingraven in die historie en de (oude) gewoonten van het gebied waar je logeert. Zo’n klein pareltje blijkt dan ineens een glans te kunnen verspreiden en van belang te zijn in het kralensnoer van toeristische voorzieningen op Goeree-Overflakkee.

Nu u dit alles weet of beseft, zou u zich dan kunnen voorstellen dat het Streekmuseum er gewoon niet meer zou zijn, en dat er in die schitterende huisjes het zoveelste makelaarskantoor zit, of een dependance van het centrale zorgkantoor van Curamare – om maar wat te noemen? In ieder geval kan ík dat mij niet voorstellen en velen niet met mij, denk ik. Ik wíl mij dat trouwens ook niet voorstellen. Het Streekmuseum herbergt het eilandelijke erfgoed, waar je je mee verwant voelt. Dat mag en kan niet zomaar de rug worden toegekeerd, zeker niet in deze bizarre periode waarin het Covid 19-virus rondspookt en de culturele sector met ‘de pootjes omhoog’ dreigt te gaan. Als er van de overheid, i.c. de gemeente, voor de komende moeilijke periode niets of niet veel te verwachten valt, dan rest er slechts één ding: de donateurs dienen een extra financiële steen bij te dragen, als een uiterste poging. En daarbij gaat het natuurlijk niet om enkele tientjes ….. hoewel alles welkom is.

Echter, niet alleen de individuele donateur van het Streekmuseum dient de schouders eronder te gaan zetten, ook andere inwoners (niet-donateurs) op Goeree-Overflakkee zouden zich aangesproken moeten voelen. En wat te denken van het eilandelijke bedrijfsleven? Ook van die kant mag een extra financiële geste verwacht worden.

Beste mensen, laten we het met z’n allen niet lijdzaam aanzien, maar juist proactief – nu dus – handelen en het Streekmuseum helpen om de komende, barre winter (en wellicht nóg langer) door te komen. Immers, een stuk eilandelijke eigenheid komt op het spel te staan!

Ik wil graag hieraan mijn bijdrage verlenen, doet u ook mee?

Gerbrand Hoek
(oud-eilander, woonachtig in Nijmegen)