Vlinders als lentebode
Afgelopen weekend was het weer een cadeautje: een zonovergoten weekend en dat in de tweede helft van februari. Stiekem toch zo'n 13 graden. En bij de eerste zonnestralen krijg ik thuis al de discussie: ik hoef toch geen jas aan, mam? En waar is mijn korte broek? Een opmerking als 'het is nog geen voorjaar' wordt dan zeker niet altijd begrepen.
Bij de rotonde in Oude-Tonge zag ik de paarse en gele kopjes van de krokussen al uit het gras tevoorschijn komen. En ook de sneeuwklokjes doen volop hun intrede. Vorige week trof ik in het bezoekerscentrum op Tiengemeten zelfs een dagpauwoog aan. Ontwaakt uit zijn winterslaap en druk op zoek naar een opening naar buiten om daar een eitje te leggen.
Altijd gedacht dat alleen vogels in het voorjaar vanuit warmer steken naar ons toekomen? Dan heb je het mis. Van een paar vlindersoorten is dit fenomeen inmiddels ook bekend. Dagvlinders als atalanta en distelvlinder en de nachtvlinder gamma-uil kunnen in het voorjaar zelfs vanuit Afrika naar ons land komen. Daarbij halen ze snelheden van wel 50 kilometer per uur en er zijn vlinders waargenomen op twee kilometer hoogte. Die reis is zeker niet zonder risico's: vaak zijn ze verkleurd en missen ze delen van de vleugels!
De meeste vlinders in ons land overbruggen de winterperiode als ei, larve of vlinderpop zoals het koolwitje. Toch lukt het ook elk jaar een flink aantal vlinders om als volwassen te overwinteren in schuren, houtstapels of andere geschikte plaatsen. Zij ontwaken wanneer de temperatuur op die plaats aanzienlijk stijgt. Dit kan dus al gebeuren op zonnige en warme dagen in februari. De citroenvlinder, dagpauwoog of kleine vos die je in de nawinter ziet is dus zo'n ontwaakte overwinteraar.
Hoewel er jaarlijks natuurlijke schommelingen zijn, gaat het niet zo goed met onze vlinders. Hun leefgebieden zijn aangetast. Natuurmonumenten streeft in haar gebieden naar topnatuur met volop kansen voor de vlinders. In Voornes Duin bijvoorbeeld, op het eiland Voorne, horen voldoende open plaatsen te zijn met typische planten van droog duingrasland. De vlinders halen nectar uit de bloemen en leggen eitjes op de planten. Vaak is een vlindersoort gebonden aan maar één plantensoort. Dan heet zo'n plant de waardplant. De kleine parelmoervlinder bijvoorbeeld is uitsluitend afhankelijk van het duinviooltje.