Toewijding


'Toen riepen de kinderen Israëls tot de Heere, en de Heere verwekte hun een verlosser, Ehud...'
Richt. 3:15a

Ehud de richter. U kent z'n geschiedenis? Hoe hij er in z'n eentje in slaagt om Eglon, de koning van de Moabieten, te doden? En zo Israël te verlossen van vreemde overheersing? We zetten dat gebeuren in een lijst; zoals je een schilderij of een foto in een lijst zet. Zo komt het tot z'n recht; God de Heere spreekt er ons krachtig in aan. Om Hem te kennen en te dienen.
Goed, we bouwen de lijst er omheen. Het eerste 'onderdeel' van de lijst staat in vers 12: 'De kinderen Israëls voeren voort te doen dat kwaad was in de ogen des Heeren'. Wat deden ze? Ze vergaten de Heere en dienden de Baäls. Dat neemt de Heere hoog op. Dat Hem 'vergeten'. Wij zouden aan andere dingen denken als het om de zonde gaat. De Heere proeft het hart. 'Mij vergeten', zegt Hij. Daar klopt de slagader van de zonde. En Hij heeft Zijn volk, Zijn gemeente niet over voor de dood. Daarom grijpt Hij naar sterke middelen. Hij schakelt Eglon, de koning van de Moabieten, in. Om Israël op de knieën te krijgen. Dat is hier aan de orde. Jericho wordt ingenomen. En Israël moet hem dienen. Daar zit God achter. Om dat 'vergeten' te doorbreken. Achttien jaar duurt de onderdrukking. Dan roept Israël. Gebeden stijgen op. 'Heere, we hebben U verlaten, we zijn U vergeten'. 'U wel zo'n beetje gediend, maar U niet liefgehad met ons hele hart'. Dat gebeurt waar God bezig is.
Het tweede stuk van de lijst: Ehud, de richter. Het volk duwt hem in hun verzet niet naar voren. De Heere verwekt Hem. Om Israël te verlossen.
Het derde stuk. Wat is die Ehud voor een man? Ik hoor hem tegen Eglon zeggen: 'Ik heb een Woord van God aan u'. Het korte zwaard van Ehud steekt toe. Is die listige moord van de Heere? Nee, al gebruikt hij haar om Israël te verlossen.
Dan het vierde stuk van de lijst. Ehud die Israël oproept om hem te volgen want 'de Heere heeft uw vijanden in uw hand gegeven'. Hij geeft God de eer. De Heere heeft... Opvallend! Hij is niet de volksheld; wil dat ook niet zijn. Tegen onze natuur in! Wij willen toch graag bewonderd worden? Wat zit daar achter bij Ehud? Geloof. God de Heilige Geest. Waar knakt onze eigen grootheid dan waar God werkt? Waar geven wij God de eer? Waar Hij Zijn plaats krijgt! En zo wij de onze.
Goed, dat is de lijst waarin de geschiedenis van Ehud gevat is.
Ehud, die na een list tegenover Eglon staat. 'Ik heb Woord van God voor u, o koning'. Eglon staat op met zijn zware lichaam. Zijn ogen nieuwsgierig op Ehud gericht. Dan is er plotseling het zwaard. Linkshandig is Ehud; hij draagt het zwaard op de rechterheup. Daar is hij niet gefouilleerd. Ehud stoot. Eglon valt dodelijk gewond neer. Via het toilet ontkomt Ehud. Tegen de tijd dat de soldaten van Eglon zijn koele kamer binnendringen, schalt de bazuin al in het gebergte van Efraim. Ehud gaat voorop. Profetisch voor­zegt hij de overwinning. Vrede in Israël. Tachtig jaar.
En dan... Het verdrietige refrein van de richterentijd. Hoe sterk is de kracht van de zon­de. Hoe taai en vasthoudend is ook de liefde van God, opdat ze Hem dienen zullen! Zien we wat de Heere wil? Dat Israël zijn volk is. Hem toegewijd. Dat wij... Hem met toewijding dienen. Het gaat fout in de 'kleine' dingen. Daar begint het 'vergeten'. We volgen de (levens)stijl van de wereld. In de omgang met geld en goed, met drank, met de ander; in verkering, huwelijk. In onze carrièrejacht. En het grote? De kerkgang. Het noemen van de Naam bij de kruispunten van ons leven. Dat houden we vol. Daarin onderscheiden we ons. Maar de toewijding? Is die er? Was die er ooit? Het diepe verdriet om het 'vergeten'; de vreugde om de genade; de hartelijke verbinding met de Heere Christus? Zonder de hartelijke toewijding struikelen ook de 'grote' dingen binnenkort. Meer dan ooit worden we bedreigd door een christelijk geloof dat ons niet en nooit stoort in ons leven, omdat het nooit concreet wordt. Een geloof zon­der gloed en strijd en offer. Geen glanzende ogen, geen verdriet, geen intense vreugde. Dan schaft een volgende generatie ook de grote dingen af. Omdat ze zonder Hem niets wezenlijks denkt te missen.
Zou ons 'vergeten' Gods toorn ook niet wakker maken? Zou Hij ons ook de voet niet dwars zetten omdat Hij ons voor de dood niet over heeft? Opdat we belijden. Wat hebben we gedaan. Hoe lauw geleefd. Wat valt de zonde tegen; wat is hij een vijand die (over)heerst. Opdat we op Hem zien, Die ver boven Ehud uittorent. Jezus. Zijn Woord doodt, maar het maakt ook levend. Het verlost van de onderdrukker. En het brengt ons tot diepe toewijding. Om God in Zijn lieve Zoon door de strijd heen lief te hebben en te dienen. Zo stromen de 'kleine' en de grote dingen vol. Omdat ons hart volstroomt. Van de verrassing en de liefde.


De overdenking stond eerder in Eilanden-Nieuws van 9 augustus 2002.