Logo eilandennieuws.nl

Talentvolle judoka Tommy van den Hooven: “Ik wil naar de Olympische Spelen van 2024’’

OUDDORPHet woordenboek omschrijft sport als ‘allerlei lichamelijke oefeningen en ontspanning waarbij vaardigheid, kracht en inzicht vereist worden’. Op het eiland zijn er daarvoor heel wat mogelijkheden, zowel in groepsverband als ook individueel. Sommige jongeren zijn bijzonder goed in hun tak van sport en Eilanden Nieuws vroeg hen naar hun verhaal. In de derde aflevering Tommy van den Hooven (16), een goedlachse judoka uit Ouddorp.

Tekst en portretfoto: Erwin Guijt

“Ik ben met judo begonnen in de Dorpstienden", zo begint de jonge sporter zijn verhaal. “In groep drie op de basisschool zaten een paar klasgenootjes op judo en wonnen regelmatig prijzen. Door die verhalen werd ik enthousiast gemaakt. Sowieso hield ik wel van stoeien." Hij ging een keer kijken bij de judoles en het beviel zo goed dat hij bleef hangen. Iedere woensdag werd er getraind en het eerste judopak werd gekocht. Hij moet lachen als hij eraan terugdenkt. “Ik vond dat pak veel te groot, net een pyjama. Mijn moeder had er rekening mee gehouden dat het nog krimpt in de was. Maar ik schaamde me ervoor, haha."

Fijne kneepjes

Het judoën zelf ging heel goed. Al snel ging hij trainen in Middelharnis en begon mee te doen aan regionale wedstrijden. Hij won daarbij zoveel prijzen dat de uitdaging er een beetje afging. Daarom ging hij trainen in Maasluis. “Nou, na de eerste training was ik helemaal kapot. Ik was zo bezweet dat het wel leek alsof ik uit de douche kwam. Maar ik was wel voldaan", zegt hij met een brede grijs op zijn gezicht. Hij ging steeds meer trainen en boekte steeds meer progressie. Vader en moeder reden hem door het hele land naar allerlei wedstrijden.

Tommy was dertien toen hij derde werd op het Nederlands kampioenschap in zijn klasse, een jaar later werd hij eerste. Vorig jaar werd hij geselecteerd voor het NK en werd vijfde. Dit jaar werd hij weer eerste op het open NK 18- in Eindhoven. Hoe gaan die wedstrijden eraan toe? “Er zijn vaak vijf partijen, die ieder vier minuten duren." Van een oude judoka ("hij is 83 geloof ik") uit Hoogvliet met veel ervaring leerde de jonge sporter de fijne kneepjes van het vak. “Hij heeft veel mensen opgeleid die later Olympisch kampioen zijn geworden."

Vriendschap

Wat trekt hem zo in judo? “Ik hou van vechten voor je plek. Je kan je ei kwijt, maar hebt daarbij wel respect voor de ander. Op de mat vecht je en geef je alles, buiten de mat is er vriendschap." Hij is even stil. “Ik kan het eigenlijk niet goed uitleggen." Overigens is judo niet de enige sport die hij leuk vindt. “Zeilen met vrienden, paardrijden, surfen, ik vind eigenlijk alles wel leuk." Ernstige blessures heeft hij – opmerkelijke genoeg – nooit gehad bij het judoën. Wel blesseerde hij een keer zijn pols voor een belangrijk toernooi, maar dat liep met een sisser af.

Wedstrijden, zowel in Nederland alsook het buitenland, zijn nu vaste kost. “Tot anderhalf jaar geleden was ik echt heel zenuwachtig voor een grote wedstrijd. Dan raakte ik verstijfd omdat ik zo graag wilde winnen en luisterde ik daardoor niet goed naar mijn coach. Nu gaat het veel beter en ben ik veel relaxter." Hoe wordt je eigenlijk goed in judo? “Heel veel discipline: je moet er eigenlijk alles voor over hebben. En door blijven gaan, ook als je faalt. En proberen te leren van anderen, mensen die ouder en wijzer zijn."

Knock-out

Aankomende maandochtend gaat om kwart voor 6 de wekker: trainingssessie. “Vaak staat de ochtend om het leren van technieken. ’s Avonds oefen ik met de ouderen mee. Eerst werd ik daar alle kanten opgegooid", vertelt hij grinnikend. “Nu gaat het beter en sparren we veel partijen met elkaar. Mijn favoriete worp is de sutemi, die lukt bijna altijd." Bij de sutemi laat je jezelf achterover vallen, terwijl je je tegenstander over jezelf heen gooit. Opgeven doet Tommy niet. “Ik ben wel een paar keer even knock-out gegaan in een verwurging. “Ik wil het zo lang mogelijk volhouden en er proberen uit te komen."

Intussen zit hij ook in de vierde klas van het vwo. “Het combineren is lang goed gegaan, hoewel het altijd al druk was. Maar nu gaat het wat minder. Ik denk dat ik naar de havo ga. Het ontbreekt me aan tijd en zin om er volledig voor te gaan. Een hbo-studie lijkt me sowieso leuker en praktischer; een hele dag stilzitten in een collegezaal van een universiteit trekt me niet zo." Welke studie hij wil gaan doen, weet hij nog niet, maar hij denkt aan – hoe kan het ook anders – iets met sport.

Gouden plak

Als hij gevraagd wordt naar zijn toekomstdroom hoeft Tommy niet lang na te denken. “De Olympische Spelen van 2024 of 2028. Dat ik daar namens Nederland sta te knallen en een gouden plak haal. Dat iedereen trots op me is.’’ Aan zijn ambitie en inzet zal het in ieder geval niet liggen.

NB. Dit interview vond plaats voor de uitbraak van het coronavirus en de gevolgen die dat met zich meebracht.

Meer berichten