Logo eilandennieuws.nl
Het Streekmuseum is betrokken bij verschillende evenementen, zoals het feest van de vrijheid. Foto: Bep Ardon
Het Streekmuseum is betrokken bij verschillende evenementen, zoals het feest van de vrijheid. Foto: Bep Ardon (Foto: )

Een jeugdige zeventigjarige die de Flakkeese geschiedenis levend houdt

Tekst: Kees van Rixoort

Een oproep van A.J. Kruider, eigenaar van een winkel voor woninginrichting aan de Oostdijk in Sommelsdijk, in een Eilanden-Nieuws van april 1949 leidde op 7 juli van dat jaar tot de eerste stap richting Streekmuseum Goeree-Overflakkee: de vorming van een voorlopig bestuur. Dit jaar viert het museum in Sommelsdijk het 70-jarig bestaan. "Op onze leeftijd bruisen we volop. Dat is bijzonder. Na 70 jaar zit er heel veel muziek in", zeggen de bestuursleden Hans Kalle, Jan Both en Bertrand van den Boogert.

Streekmuseum:

De oproep van Kruider luidde als volgt: "Het zou voor ons eiland van historisch-cultureel belang zijn een museum op te richten. Vele oude dingen, huizen, in een vergeten hoekje. Andere waardevolle stukken staan op plaatsen waar niemand ze ziet. Op passende plaats tentoongesteld, worden ze voor het nageslacht bewaard, keuvel en muts worden over 15 jaar nog maar door enkelen gedragen. Mij is gebleken dat er velen zich voor de historie interesseren. Laten allen, die met bovenstaande instemmen een voorlopig comité vormen, om met alle vrienden van onze eilandhistorie de eerste steen te mogen leggen voor de verwezenlijking van een museum voor Goeree en Overflakkee."

Hoog knuffelgehalte

Vier geïnteresseerden gaven gehoor aan de oproep. Zij gingen in tegen het om zich heen grijpende idee dat "ouwe rommel" plaats moest maken voor de nieuwe, moderne tijd. Het voorlopig comité had niet direct een pand ter beschikking, maar organiseerde wel exposities van onder andere bruiklenen en historische voorwerpen van eilandelijke gemeenten. Een tentoonstelling in twee lokalen van de HBS – vijf dagen tijdens de kerstvakantie in het oprichtingsjaar – trok twaalfhonderd bezoekers. Een bewijs dat er ook in die naoorlogse jaren wel degelijk belangstelling voor het verleden was. Een echt museum – permanent, in een gebouw – bleef nog enkele jaren een onvervulde wens.

Burgemeester Reinders van Sommelsdijk (en Middelharnis) kwam met het idee om enkele pandjes aan het Kerkstraatje tot museum te maken. De huisjes waren er slecht aan toe en niet meer bewoonbaar te maken, maar hadden mede door de trapgeveltjes wel een hoog knuffelgehalte. Misschien is dat wat voor het museum, dacht de burgervader, wat moet je er anders mee.

Na de nodige werkzaamheden, kon het Streekmuseum Goeree-Overflakkee voor het eerst de deuren openen in 1956. Het museum startte in drie huisjes. Archivaris Van Beveren uit Zierikzee kwam naar Sommelsdijk om te helpen bij het inrichten. In 1964 was de eerste uitbreiding en in 1972 volgde de toevoeging van nog eens twee pandjes. Het museum is sindsdien gehuisvest is zeven huisjes. Het is bijna een hele straat.

Zilverwerk

Ruimte genoeg voor negentien afdelingen die een vrij compleet beeld geven van de historie van Goeree-Overflakkee. Dat gebeurde aanvankelijk met een collectie die bestond uit onder andere polderkaarten, Joodse voorwerpen, munten, streekdracht en voorwerpen die herinneren aan de landbouw, de visserij en het huishouden van vroeger. Zilverwerk van de schutterij was ook algauw in het museum te zien.

Rond 1960, na de archeologische opgravingen bij Goedereede, kwamen er bovendien vondsten uit de Romeinse tijd naar Sommelsdijk. Het museum, dat al snel een suppoost had en zich aan de vaderlijke hand van voorzitter Kruider verder ontwikkelde, organiseerde rond de komst van deze vondsten zelfs

een oudheidkundig symposium. Later volgde de uitleen van Romeinse voorwerpen aan een museum in Rotterdam.

In 1964 kwam het Flakkeese kamertje tot stand. En begin jaren zeventig kopieerde Kruider een idee dat hij had opgedaan in Engeland naar 'zijn' museum: een 'straatje' met ambachten van weleer. Suppoost Visbeen zorgde voor de uitvoering.

Keuvels

De toevloed van voorwerpen voor de collectie groeide en groeide. Schrepels en andere werktuigen verhuisden met groot gemak vanuit diverse Flakkeese schuren naar het Kerkstraatje, waar vanaf 1966 gelukkig ook een depot plus werkplaats in gebruik waren genomen. De collectie bijbels groeide ook flink. Soms haalden de gulle gevers eerst het zilverwerk eraf. Aan geschonken keuvels was geen gebrek, maar sieraden kreeg het museum maar mondjesmaat. Die hield men immers bij voorkeur in huis om later te verdelen tussen de erfgenamen. Het RTM-hoekje verdween uit het museum. Omdat er een RTM-museum in de buurt is, is dat geen grote ramp. Bovendien werken beide musea nauw samen, bijvoorbeeld door het gezamenlijk organiseren van dagtochten.

Het streekmuseum, dat in miniatuurvorm te vinden is in Madurodam, trok vanaf het begin aardig wat publiek. Het was een aansprekende slechtweervoorziening. Hele bussen vol bezoekers kwamen naar het Kerkstraatje, veelal na of voor een bezoek aan het Rien Poortvliet Museum in Middelharnis. Na een periode van wat minder publieke belangstelling, was er rond de jaren 90 een periode van opbloei, onder andere door het NCRV-tv-programma Kerkepad, dat kijkers attendeerde op verborgen parels in den lande. Toen het museum veertig jaar bestond en samen met archeologische vereniging De Motte een historische markt organiseerde op Open Monumentendag, was de belangstelling groot. Zeker twaalfhonderd mensen namen de moeite om de markt te bezoeken.

Vernieuwing

Momenteel maakt het streekmuseum weer een duidelijke bloeiperiode door. Er is de laatste jaren sprake van vernieuwing en verjonging, zonder dat de attractieve kneuterigheid vaarwel is gezegd. Met onder andere de eigentijdse touchscreens en VR-presentatie, kinderfeestjes, tot de verbeelding sprekende exposities, zoals nu die rond de Dirkslandse muntschat, en het bespelen van het publiek via internet en sociale media, weet het streekmuseum een grotere kring van belangstellenden aan te spreken. En, niet onbelangrijk, ook jongeren. In 2018 trok het streekmuseum het recordaantal van 7100 bezoekers. Gelukkig is het aantal vrijwilligers ook gegroeid. Momenteel zijn het er ongeveer zeventig.

Beperkingen kent het museum ook. Een grote expositieruimte is er niet en het is lastig schilderijen tentoon te stellen. Maar het karakteristieke rijtje gevels – volgens sommigen het mooiste straatje van Goeree-Overflakkee – heeft voldoende aantrekkingskracht, zeker nu er via de touchscreens oneindig veel materiaal te zien is. "De techniek heeft ons geholpen", aldus de bestuurders Kalle, Both en Van den Boogert. "Bovendien weten we de subsidiepotjes te vinden." Die vormen een mooie aanvulling op de gemeentelijke subsidie, de entreegelden, de contributie van de leden en de verkoop van artikelen als vlaggen, onderzetters, sleutelhangers en bumperstickers.

Gouden Kalf

Tja, en welk klein museum kan bogen op landelijke tv-aandacht en een nominatie voor een Gouden Kalf? Dat is toch die inmiddels zeventigjarige uit Sommelsdijk, aan wie de jaren niet zijn af te lezen. Integendeel, het streekmuseum bloeit als nooit tevoren. Waar een oproep in het Eilanden-Nieuws al niet toe kan leiden…

Meer berichten