De eerste christengemeente ons tot voorbeeld
En
zij waren volhardende in
de leer der apostelen, en
in de gemeenschap, en in
de breking des broods, en
in de gebeden.
(Handelingen
2: 42)
28-07-2010 • door Ds. W.M. van der Linden
Het
in Pinksteren geweest.
Door de Heilige Geest
bekrachtigt heeft Petrus
met grote vrijmoedigheid
gepreekt in
Jeruzalem. Zijn
prediking was uitleg van
de Schriften. Vanuit de
boeken van het verbond
predikte hij de hoorders
dat Jezus de Gekruisigde,
de Christus, de Zoon van
God is. Daarbij ging hij
direct op het hart van
zijn hoorders aan, door
hen schuldig te stellen
voor het aangezicht van
God. Want dan eindigt
Petrus zijn preek met
Pinksteren met de
woorden: …deze Jezus, die
gij gekruisigd hebt!
Dat
was geen mooi einde van
deze preek. Volgens
sommige preektechnieken
kun je beter maar niet zo
eindigen. Misschien dat
daarom veel preken
tegenwoordig zo
vruchteloos zijn, omdat
ze te mooi zijn geworden.
De hoorders worden niet
meer schuldig gesteld. Ze
worden niet meer met hun
verzondigde leven voor
het aangezicht van de
levende God gedaagd, die
recht op je leven heeft.
Door Gods Geest ertoe
gedreven doet Petrus het
wel en zijn ernstige
woord draagt rijke
vrucht: de hoorders raken
verslagen van hart, ze
zien hun schuld, en
vragen wat nodig is om
zalig te worden.
Op
die vraag heeft Petrus
vanuit het Woord zeker
een antwoord. Hij mag al
de registers van het
Evangelie opendoen als
hij wijst op de noodzaak
van bekering en het
geloof in de Heere Jezus
Christus, in Wie er
vergeving is voor de
zonden. Dit
Evangeliewoord was dan
ook een welkom woord bij
deze verslagenen van
hart. Als de nood en de
schuld van je leven je
tot een last is geworden,
dan omhels je het Woord
dat je vergeving van
schuld verkondigt. Dan
vlucht je tot Hem, Jezus
Christus, de Gekruisigde
en Opgestane. Vandaar ook
dat we lezen dat zij dit
woord gaarne aannamen en
vervolgens werden
gedoopt. Zij zijn de
eerste bekeerden, die
samen met de anderen de
eerste christengemeente
van Jeruzalem vormen.
En
wat geldt dan van deze
gemeente? Wat is typerend
voor haar? Dat zij
volhardende is. (vers 42)
Niet voor het moment.
Nee, het woord wil zeggen
dat het een totale
levenshouding was van
deze
gemeente. Waar de
Geest gewerkt heeft, daar
geeft Hij ook deze
volharding. Het komt dan
ook op het volharden aan.
Vroeger zei men wel eens:
Het einde verklaart het
begin. Dat is waar.
Vandaar ook dat de Heere
Jezus gezegd heeft: Wie
volharden zal tot het
einde, die zal zalig
worden. Dat volharden is
opdracht en gave.
Christus roept op om te
volharden, maar dat kan
en mag vanuit de kracht
die Hij door Zijn Geest
ervoor geven wil. Zo
houdt dit woord ook ons
een spiegel voor. Want
deze volharding is nodig
voor de voortgang en de
rijping van het
geestelijke leven, dat
door God is gewerkt.
Waarin
moeten we dan volharden?
Van die eerste
christengemeente staat
geschreven dat zij
volhardend was in een
viertal dingen. Als
eerste wordt dan genoemd:
de leer der
apostelen. Dat staat
niet voor niets voorop.
Nu moeten we hierbij niet
direct denken aan
dogmatiek. Dat wordt niet
in de eerste plaats
bedoeld, hoewel de leer,
de grondwaarheden van het
geloof er niet helemaal
los van staan. In het
Grieks staat voor
‘leer’ een
woordje dat onderwijs
betekent. Men bleef dus
bij wat ze van de
apostelen geleerd hadden.
Ze weken daarvan niet af.
Wat
was dat onderwijs? Dat
vond zijn hart in de
verkondiging van die Ene
Naam. Het cirkelde om de
persoon van Jezus
Christus en die
Gekruisigd en dat er in
Hem behoud en eeuwig
leven is voor een arme
zondaar. In dat
onderwijs, dat niet los
stond van het Woord van
Christus, moest men zich
blijvend oefenen. Dat kon
alleen als ze het leerden
om in Hem de Wijnstok te
blijven. Dat gaf een
afhankelijk en
aanhankelijk leven om
alleen zo ook vrucht te
dragen. Van die leer, het
hart van het Evangelie,
week men niet af. Daar
bleef men bij.
Als
tweede vermeldt Lukas dat
men ook volhardde in de
gemeenschap.
Wezenlijk is van de
christelijke gemeente,
dat zij een gemeenschap
is. Hoezeer ook bestaande
uit verschillende mensen,
haar eenheid vind zij in
het Woord en de hun
gepredikte Christus, die
het Hoofd van Zijn
gemeente is. De gemeente
is als een gezin, waarin
je elkaar ook niet
uitkiest. Je wordt aan
elkaar geschonken en
samen moet je het van
datzelfde Woord hebben.
De eenheid van de
gemeente wordt niet
bepaald door wie tot haar
behoren, maar door Hem
die het in Zijn gemeente
voor het zeggen heeft. In
deze gemeenschap van de
gemeente wordt omgezien
en meegeleefd met elkaar.
Deze gemeenschap is ook
nodig om te volharden. Om
elkaar aan te sporen en
te bemoedigen. Wie denkt
te kunnen volharden op
zichzelf, die vergist
zich. In heel de Bijbel
kom je het tegen dat men
de onderlinge gemeenschap
opzoekt. Het is dan ook
schuld als men zich aan
deze gemeenschap
onttrekt.
De
breking van het
brood wordt als
derde genoemd. Sommigen
denken hierbij aan de
gemeenschapsmaaltijden
die men in het Oosten wel
had. Ze kwamen ook in de
christelijke gemeente
voor. Toch zijn veel
verklaarders er duidelijk
in dat met de breking van
het brood de tafel des
Heeren werd bedoeld, de
bediening van het Heilig
Avondmaal. Het Avondmaal
dat een inzetting van God
is, door Christus
ingesteld, waarbij Hij
het gezegd heeft: Doet
dat tot Mijn gedachtenis.
Om te volharden heeft de
ware gelovige ook dit
gedenken van
Christus’ dood aan
Zijn tafel nodig. Omdat
de Heere Jezus wist hoe
zwak de gelovige is in
zichzelf, heeft hij ook
het sacrament gegeven,
opdat zij van kracht tot
kracht zouden voortgaan.
Kracht te ontvangen, om
te volharden.
Tenslotte
zegt Lukas van deze
gemeente in Jeruzalem,
dat zij volhardde in het
gebed. Dat
is het laatste wat
genoemd wordt, maar niet
het minste of
onbelangrijkste. Juist
ook het gebed heeft de
christen nodig om te
volharden in de strijd,
waarin hij is geplaatst.
Soms kan het gebedsleven
ingezonken zijn, maar
toch geldt van de
gelovigen dat zij niet
zonder bidden kunnen. Het
is een teken van genade.
De eerste vrucht na
Paulus bekering is, dat
van hem geschreven staat:
en ziet hij bidt. Zo is
ook een levende gemeente,
een biddende gemeente. De
puritein Thomas Brooks
heeft eens gezegd: Een
mens is pas werkelijk
diegene, die hij ook in
het verborgen is. Wij
kunnen God dan ook niet
meer eren, dan door een
biddend leven te hebben,
waarin wij het van Hem
verwachten.
Zo
werd u dit voorbeeld van
deze eerste
christengemeente
voorgehouden, als een
spiegel. Ook in onze tijd
komt het op dit volharden
aan. Waar zo met de Heere
geleefd wordt, gaat er
ook iets van de gemeente
uit. Dat kan zijn
uitwerking niet missen.
Want aan het slot van
Handelingen 2 staat dan
van deze gemeente
geschreven: En de Heere
deed dagelijks tot de
Gemeente, die zalig
werden. Wat kun je
daarnaar
uitzien…
› Meer meditaties |