72 jaar geleden: ‘Te Middelharnis is een kind verdronken’
Middelharnis
geplaatst op 28-07-2010 11:55 • door Redactie Eilandennieuws
Op zaterdag 16 juli 1938 voltrok zich in Middelharnis een aangrijpend menselijk drama. In de haven, niet ver van de Wilhelminabrug, raakte een kind te water en zonder dat iemand het zag is het de verdrinkingsdood gestorven. Het hele dorp werd erbij betrokken om het jongetje te vinden, maar pas de volgende morgen - 17 juli dus - werd het lijkje gevonden. In het Eilanden-nieuws van 20 juli 1938 stond het volgende sobere berichtje:
Kind verdronken
Zaterdagavond werd het 5-jarig kind van den heer A. Krijgsman vermist. Na overal navraag gedaan te hebben, vreesde men dat het kind een ongeluk was overkomen. Men begon te dreggen; den ganschen nacht door, zonder resultaat. Tegen de morgen kreeg men een spoor
door kruisbessenschillen, dat leidde naar een water, waaruit het lijkje toen spoedig kon worden opgehaald.
Het bewuste kind heette Adrianus Krijgman en was een zoon van Adrianus Krijgsman Johzn. en Johanna Krijgsman-van de Valk. De redacteur van het ‘Algemeen Handelblad’ had het korte overlijdensberichtje al op 18 juli opgenomen in de avondeditie van zijn krant voor de stad Rotterdam. Dat bericht greep de bewogen en dichterlijk begaafde redacteur Ed Hoornik zelf zo aan dat hij later het bekende gedicht geschreven heeft, waardoor dit drama nog altijd in herinnering blijft.
Te Middelharnis is een kind verdronken
Te Middelharnis is een kind verdronken.
Sober bericht in het avondblad;
’t stond bij een hooiberg die had vlam gevat
en bij een zolderschuit, die was gezonken.
Zes dagen heeft het in mij nageklonken.
Op het kantoor vroeg men: zeg, heb je wat?
Ik werkte door, maar steeds weer hoorde ik dat:
te Middelharnis is een kind verdronken.
En kranten waaien weg en zijn verouderd,
de dagen korten, nachten worden kouder,
maar over ’t water komt zijn kleine stem.
- Te Middelharnis, denk ik, ‘k denk aan hem
en bed zijn hoofdje tussen hart en schouder,
en zing voor hem dit lichte requiem.
Op zaterdag 17 juli 2010 belde Adrianus Krijgman, zoon van Piet Krijgsman, antiquair aan de Ring in Middelharnis, mij op om te vertellen dat zijn vader in de vroege morgen plotseling was overleden. Piet Krijgsman stierf, op de dag af, 72 jaar later op dezelfde morgen, waarop zijn ruim 2 jaar oudere broertje destijds is gevonden. De kleine Adrianus werd op 20 juli 1938 uitgedragen. De familie Krijgman droeg op 21 juli 2010 broer, vader en grootvader Piet naar de laatste rustplaats op aarde. Omdat hij Pieter heette en op de boot naar Hellevoetsluis gewerkt had, werd op de begrafenis gesproken over Petrus en de discipelen, die in hun schip Jezus zagen naderen, maar niet herkenden. Petrus mocht over de golven naar de Meester toelopen, toen Die gezegd had: ‘Vrees niet, Ik ben het!’ Maar, als de discipel naar de golven en de wind gaat kijken, zakt hij weg in het water en wordt een drenkeling. De Heiland steekt, als Petrus roept ‘Heere, behoud mij!’, direct de hand uit en redt Zijn discipel. Het thema in die begrafenisdienst luidde: ‘Een hand, die drenkelingen redt!’ Dat deed mij het prachtige gedicht van Ed Hoornik herschrijven tot een eenvoudige herinnering aan die unieke man in zijn huisje vol antiquiteiten aan de Ring in Middelharnis:
Een uitgestoken hand
Te Middelharnis is een man gestorven.
Sober bericht in het kerkenblad.
Een vriend, die zijn huis aan de voet van de oude toren had.
Die tijding heeft mijn hele zaterdag bedorven.
Uren heeft het in mij nageklonken.
Soms vroeg men mij: zeg, heb je wat?
Ik werkte door, maar steeds weer hoorde ik dat:
Op de dag af 72 geleden is zijn broer verdronken.
En bladen vallen af, wij zijn verouderd,
de dagen korten, nachten worden kouder,
maar over ’t water klinkt een andere stem!
‘Vrees niet, Ik ben het!’ Denk aan Hem!
Zo is mijn zondag niet bedorven!
Jezus is voor drenkelingen gestorven!
Middelharnis, H. Harkema
|